Het eiland in de mist

10. Het eiland in de mist

Dossier Deemsterland / aflevering 10

Heleen heeft Eloise om een nieuwe seance gevraagd, en vanwege de spoed die iedereen begint te voelen, is besloten deze vanavond nog te houden. Gaston biedt zich ook aan. Heleen’s eerste zorg is haar broer. Ze zou willen weten of ze meer aanwijzingen kunnen zien over de plek achter de sluier waar hij is. Hoe zit de omgeving eruit, zijn er kenmerkende voorwerpen, gebouwen, bomen, landschapselementen, en dergelijke te zien? Zijn er andere aanwijzingen, bijvoorbeeld over hoe ver of dichtbij het is? Zelf wil Eloise weten wat de betekenis van haar angstdromen is, en hoe dat samenhangt met het beeldje dat in de tunnels bij Huize Torck zou liggen. Moeten ze het vernietigen of iets anders? Hoe?

Opnieuw gaan Eloise, Heleen, Gaston en ondergetekende naar het theehuis. Deze keer heeft Eloise wierook bij zich, als element van mist, en water dat ze vanmiddag nog uit de Rijn heeft geschept, als symbool voor het element water. Weer nemen we in een cirkel plaats, en Eloise concentreert zich op de vragen. Deze keer duurt het lang, en hoewel Eloise zegt dat ze helemaal bijgekomen is van de vorige seance, zie ik dat het haar enorm veel energie kost. Ze wordt bleker en bleker, en net als ik me afvraag hoe ik de seance kan onderbreken, klinkt er een verre stem. Een oude stem, nog krachtig, maar tegelijk zorgelijk.

‘Wie roept mij?’ vraagt de stem.
Eloise kijkt naar Heleen. ‘Bent u dat, opa?’
‘Heleen, jij bent het. Heb jij de zoektocht van Titus overgenomen?’
‘Ja, dat klopt. Maar ik wil weten waar Titus is, is hij bij u?’
De stem blijft zacht. ‘Nee, hij is niet hier. Maar ik kan hem niet voelen, zoals ik jou wel kan voelen. Het spijt me, ik weet niet waar hij is. Dat is mij niet gegeven.’
‘Hij is achter een sluier, opa, zeggen ze. Hoe kan ik hem bereiken?’
‘Dan moet je je op de sluier concentreren, erdoorheen boren met je geest. Maar daarvoor moet je sterk zijn, niet vluchtig zoals ik.’
Heleen kijkt vermoeid voor zich uit, alleen haar oogwit is zichtbaar. ‘Kan ik dat opa?’
‘Jij kan alles, het is voor je broer.’
Er glijden tranen over Heleens wangen.
Gaston kijkt zorgelijk. Hij opent zijn mond en sluit hem weer, zonder iets te zeggen. Dan fluistert hij. ‘En de beeldjes, wat moeten we daarmee?’
Het blijft lang stil. Dan klinkt de stem weer, gepijnigd. ‘Ik ken jou niet, maar je bent een eerlijk mens. Ik zal je een eerlijk antwoord geven. De beeldjes. Ze zijn scherp, ze doorsnijden je ziel, prikken in je oren, laten je materiële schil bloeden. Ze zijn demonisch. Laat je niet misleiden door de vrouw wier beeltenis je ziet. Soms leidt ze mensen door het water, langs de eilanden, altijd misleidt ze. Ze is zo hol. Ze is de vrouw van de grote man, zoals hij de man van haar is. Soms maakt ze je kussens op, zorgt ze voor je, soms laat ze haar hond op je los. Haar hond is de jager van de hel. Soms leidt zij de jacht, soms haar man. Ze is niet te vernietigen, alleen te verstoren. Misschien kan je haar beeltenis breken, als je de wilskracht hebt. Dan verdwijnt ze, en kan ze haar man niet meer oproepen. Maar zolang ze aanbeden wordt, zal ze terugkeren. Doorbreek je de aanbidding, dan moet ze verdwijnen. Maar ze is legio, ze kan met velen in je hoofd kruipen. Je prikken en steken. Blijf bij haar uit de buurt, tenzij je niet anders kunt.’
De stem zwakt nog verder af. ‘Ik moet weer gaan, mijn lieve kleindochter. Vindt je broer, hem wacht anders een beproeving die niemand nog doorstaan heeft zonder zijn menselijkheid te verliezen.’

Heleen kijkt om zich heen, ineengedoken. Ze is moe. Dan kijk ik naar Eloise, haar kleren zijn doorweekt, maar ze glimlacht. ‘Zo’n sterk contact heb ik maar weinig gezien. Maar we moeten verder.’
Ze hijgt, ik kan haar maar moeilijk verstaan. Ik kijk Gaston aan, moeten we wel doorgaan? Gastons gezicht drukt ook twijfel uit. Hij haalt zijn schouders op, ik weet het niet.
Maar Eloise is onverbiddelijk. ‘We moeten doorgaan, ik kan dit aan’, fluistert ze.
Ze recht haar rug en gooit de fles rivierwater leeg voor haar voeten. ‘Sluiers van het water, wijk voor Heleen. Laat haar door. Laat haar door!’
Ik hoor het ruisen van riet, hoor zeemeeuwen, golven breken.
‘Golven, vrienden, draag mijn vriendin Heleen. Breng haar bij haar broer. Sluiers van mist, vertoon het verborgene. Laat haar door!’

Ineens gaat Heleen staan, zwalkend op haar benen. Ik wil opstaan, maar Eloise wenkt me te blijven zitten. ‘Heleen, zus. Ben je daar?’ klinkt het, als van onder water.
Heleen slikt. ‘Ja, Titus, hier ben ik. Vertel me waar je bent.’
‘Ik ben op een eiland. Het ruikt naar de zee. Ik zit in een kerker, als van een kasteel. Vocht sijpelt langs de muren. Ik hoor riet ruisen, meeuwen en golven. Door een klein raam zie ik niets anders dan mist.’
‘Ik zal je halen, broer. Maar ik moet meer weten. Beschrijf alles wat je ziet.’
‘Dat kan je niet, ik ben hierheen gebracht door de mist die niets doorlaat. Ik moet zelf weer terugkomen. Zeg de vrouw die het water heeft bevolen, dat ze de duisternis niet mag lokken. Ze moet op het juiste pad blijven, anders wordt ze verscheurd.’
‘Maar jij dan? Kom je terug?’
‘Ja, maar ik heb weinig kans dat ik kan blijven. Je moet twee dingen weten. Steeds hoor ik twee dingen.’
‘Zeg het me, broer!’
‘Ganuenta, het is hier Ganuenta. En diep van binnen hoor ik een woord, maar het is niet klaar. Het woord is woens. Onhoudt het. We ontmoeten elkaar op woens.’

Meeuwengeschreeuw overstemt alles. De stem is bijna niet meer te horen. ‘Woens! Woens. Woens.’

Eloise zakt in elkaar, Gaston snelt toe en vangt haar op voordat haar hoofd de grond raakt. Ik kijk naar haar. Ze is flauwgevallen en ademt onregelmatig. Gaston voelt haar pols en schudt haar zachtjes. ‘Ik weet niet of dat mag, maar volgens mij moet ze bijblijven.’
Dan schrikt Eloise uit haar trance, ze hoest en spuwt water uit, alsof ze bijna in de Rijn is verdronken.
Dan lacht ze kort, vermoeid. ‘Zo, dat was dan voor deze keer. Viel mee, toch?’

We lopen gevieren weg, Wageningen in.

R.P. Avezaath

R.P. Avezaath

Secretaris van het Heimdal genootschap. Regelaar. Ambtenaar bij een middelgrote gemeente.

72 reacties op “10. Het eiland in de mist”

  1. Hallo allemaal,
    ik heb me zo goed en kwaad als het gaat voorbereid op een tocht door de tunnels van Wageningen. Ik heb een zaklantaarn bij me alsmede een zware hamer en een steenbeitel. Noem mij pragmatisch maar als ik de steen zie wil ik die liefst in duizenden stukjes opbreken! O, en ik heb nog een flesje Lourdeswater bij me wat mijn moeder zaliger mee heeft gebracht van haar bedevaart naar Lourdes. Je kunt nooit weten. Maar de belangrijkste voorbereiding die ik heb gedaan is mentaal: ik ga mij niet van de wijs laten brengen en er voor zorgen dat het ritueel nooit meer plaats kan vinden. De gedachte aan de bloederige Leidse vriend houd ik me zelf voor als extra motivatie. En zijn jullie er van doordrongen dat er mogelijk een zesde steen is? Zie mijn opmerking op H9

  2. Gaston en rest, ik doe mee en ga naar bouwmarkt. Koop daar:
    Zaklantaarn, zware hamel en beitel. Stofmasker, lang touw. Spuitbus verf om ‘broodkruimels’ te leggen. Bouwvakkershelm met hoofdlampje. Paar balken om zaak te stutten.
    Neem mee: pistool uit mijn vorige loopbaan, commando-mes, commando-outfit uit legerdump.
    Als ik voor anderen dingen kan kopen, zegt het maar.

  3. Vanwege bovenstaande heb ik een aanvulling voor mijn gesprek met professor Marten Munster.
    Ik heb belangstelling voor:
    – Rituelen met pentagram
    – Rituelen op speciale datum (1 oktober)
    – Alles rond Nehallenia, jachthond van de hel, grote man van Nehallenia
    – Hoe zit het met verbanden Kelten, Germanen, Grieken, Romeinen?
    – Waar vonden rituelen plaats?
    – Nazi-Duitse rituelen, Himmler.

    1. Professor Munster vindt het leuk om weer eens met een Nederlander te spreken en laat je uitgebreid je vragen stellen. Ondanks zijn langdurige aanwezigheid in de VS, merk je dat niet in zijn uitspraak. Zo te horen is hij al wat ouder.
      ‘Hmm, dat zijn veel vragen. Ik ben benieuwd waar die belangstelling vandaan komt. Laat ik maar met de grote lijnen beginnen, misschien kan jij mij dan straks wat meer details geven.
      ‘Begrippen als Kelten, Germanen, en in aanzienlijk mindere mate Grieken en Romeinen, zijn niet zo vastomlijnd als velen wel denken. Er was niet zoiets als één Germaanse stam. Er wordt een aantal volkeren en stammen mee aangeduid die min of meer dezelfde taal spraken, het is dus primair een linguïstisch begrip. Maar zelf zullen ze zich zo nooit genoemd hebben.
      ‘Hetzelfde geldt voor de Kelten, ook dat dat is in eerste instantie een linguïstisch begrip. Tegenwoordig denken veel wetenschappers dat er niet zoiets was als dé Germanen of dé Kelten. Eigenlijk zijn het vooral verzamelnamen die de Romeinen gaven aan allerlei stammen en groepen in het midden en noorden van Europa, die redelijk los van elkaar leefden, maar wel contact hadden. Het Nederlandse gebied was lange tijd deel van een overgangszone tussen wat de Romeinen voor het gemak Germanen en Kelten noemden. Er was in het algemeen een geleidelijke uitwisseling van goederen, kennis en mythes, vandaar dat veel godsdienstige elementen in meer of mindere mate over een groot deel van Europa voorkomen, al is het vaak onder verschillende namen, maar wel met deels overeenkomstige eigenschappen.
      ‘Je ziet dan ook dat veel wetenschappers het moeilijk vinden een godin als Nehalennia precies te plaatsen. Sommige geven haar een meer Keltische achtergrond, andere een meer Germaanse. Tot op heden is ze echter wel uitsluitend bekend uit het stroomgebied van de Rijn, en dan vanaf ongeveer de plaats Deutz, nabij Keulen, een kilometer of veertig ten oosten van Limburg.’

      Hij noemt nog een aantal taalkundige en mythologische kenmerken van Nehalennia, die je al kent van het onderzoekswerk van zowel Johanna en Eloise.

      ‘Maar er vallen wel een aantal zaken op waar je, gezien je andere vragen, vermoedelijk wel belangstelling voor hebt. Nehalennia wordt soms ook gezien als de avatar of personificatie van of wellicht gewoon een andere naam voor een andere godin, die veel machtiger en belangrijker is dan velen zich Nehalennia voorstellen. Maar daarover morgen meer. Ik heb nu een afspraak, dus ik kom er graag morgen op terug.’

  4. Dag Jens, goed dat jij prof. Munster gesproken hebt. Als je hem weer spreekt, zou je dan voorzichtig kunnen vragen op welke manier Nehalennia-stenen het best vernietigd kunnen worden, zodanig dat ze geen krachten meer bezitten? Is daar een ritueel voor nodig of is verbrijzelen voldoen? Gr Heleen

  5. Dag allemaal,
    Ik heb enige tijd nodig gehad om te herstellen van de seance. Niet alleen was ik uitgeput, ook emotioneel heeft het me nogal aangegrepen. De stem van Titus en de stem van Opa spoken nog steeds door mijn hoofd. Ganuenta, woens. Wat bedoeld Titus? Hij meent op een eiland te zijn, en ruikt de zee. Er zijn zeemeeuwen. En hij hoort het riet suizen. Zit in een kelder van een kasteel… Ik begrijp het niet. Ganuenta is een verdronken gebied, de Romeinse nederzetting op de plaats in de Oosterschelde waar de Nehelenniabeelden gevonden zijn. Daar is geen eiland meer te vinden. Waar is Titus dan?
    En we zien elkaar op woens. Woensdag? Woensdrecht?

    Wacht eens even. Mattemburgh ligt in de gemeente Woensdrecht. Zouden we elkaar daar moeten ontmoeten? Ik moet eens goed nadenken of daar een kelder aan zee is…

    Ik lees op Wikipedia dat Woens van Wodan komt, en drecht een doorwaadbare plek (in dit geval in de Schelde) is. Zou de verwijzing van Opa naar ‘de grote man van Nehallenia’ op Wodan duiden?

    Het duizelt me. Ik moet dit goed overdenken. Wie begrijpt hier meer van?

  6. Het telefoongesprek met Marten Munster gaat verder.
    ‘Holda wordt ze ook wel genoemd, frau Holda, vrouw Holle. Inderdaad uit het germaanse sprookje uit onze jeugd, opgetekend door de gebroeders Grimm. Als haar kussens worden opgeschud, valt er sneeuw. Soms is ze vriendelijk, maar ze kan ook bestraffend en hard zijn. In de mythologie geldt dat ook, maar daar is Holda extremer, een doodsgodin. Daar kennen we haar onder andere verschijningsvormen, ik noem er een paar: Vrou-Elde, Eastre, Fri, Friga, Frija, Ostara, Hulda, Hulle. Maar ook Perchta, Bertha, Brechta uit de slavische en germaanse mythologie en Frau Venus. Het meest bekend is ze onder een paar andere namen. Ze heet ook wel Frigg of Frigga, de vrouw van Odin in de Noordse mythologie, Wodan bij de germanen. Of Hel, uit dezelfde mythologie, een andere godin van de onderwereld, namelijk het ijsrijk Helheim en van het nevelrijk Nilflheim, bewaakt door de hellehond Garmr. Als Cailleach komt ze in de pre-Keltische mythen van de Britse en Ierse eilanden voor, de Blauwe toverkol van de winter, godin van de onderwereld, schepster en vernietiger. Soms worden deze verschijningen als aparte wezens beschouwd, maar veel kenmerken komen overeen. Ze heersen over de winter, over de onderwereld en hebben een goede en een kwade kant. Vaak zitten ze op hun troon met een hond naast zich, soms kunnen ze in een kat veranderen. Vaak zijn ze verbonden of getrouwd met de belangrijkste god uit hun pantheon, de grote man.’

  7. Marten Munster denkt even na.
    ‘Als ik je vragen zo hoor, dan ben je vooral geïnteresseerd in haar aspect als aanvoerdster van de Wilde Jacht. Soms voerde zij met haar jachthond een spookachtige jachtstoet van overledenen aan, die met zwaar onweer door de lucht raasde. Ze was overigens niet de enige god die de Wilde Jacht aanvoerde, ook anderen uit de germaanse mythologie viel die eer ten deel. Toeschouwers werden soms meegezogen. Een angstaanjagend schouwspel.
    Rituelen rondom Holda waren er op tal van plaatsen, maar omdat er ook wel gezegd werd dat ze in een berg woonde, ligt een heuvel of een verhoogde plek voor de hand. Als wintergodin moet je denken aan de winterperiode, al is 1 oktober wel erg vroeg. December tot en met februari worden het meeste genoemd bij rituelen rondom de Wilde Jacht. Offers daarbij zijn niet onbekend, in later tijden broden en graan, maar in vroeger tijden ging het om bloedoffers, met name bij het Joelfeest, en mensenoffers zijn ook niet uitgesloten.’

  8. Wat ik inmiddels verder hebben achterhaald is het volgende:

    Woens zou inderdaad kunnen komen van Woedan, Wodan, de oppergod van de Germanen. Hij raast op zijn schimmel door de lucht, in zijn hand een speer. Hij mist één oog. Op zijn troon zittend heeft hij vaak een hond naast zich, raven zijn zijn raadgevers. Woensdag is zijn naamdag, mercredi in het Frans, naar zijn Romeinse evenknie Mercurius, zoals Tacitus in een aantekening zegt in zijn Germanen ‘Met Mercurius wordt hier Wodan bedoeld.’

    Wodan stond centraal tijdens het Joelfeest, dat de Germanen vierden rond de midwinterse zonnewende. Wodan is de leider van het dodenleger, de Wilde Jacht of Wilde Heir, dat door de lucht jaagt.

    Carl-Jung, de psycholoog, dacht dat Adolf Hitler zelf bezeten zou zijn door Wodan, in de zin van dat hij een voertuig van de oude god was. Hitler had ieder geval veel belangstelling voor een schilderij over de Wilde Jacht, van Franz von Stuck, geboren in 1888, waarbij Wodan de doden voortjaagt vanuit het bos. Wodan is ook een van de belangrijkste personages in de operacyclus Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner, Hitlers favoriete componist. Hij draagt hier zijn Duitse naam Wotan.

    De opmerking van Opa dat ‘zij’ of ‘haar man’ de jacht leiden, met hun hond – de jager van de hel – duidt er m.i. echt op dat we hier te maken hebben met Wodan en zijn vrouw. Niet voor niets hadden de nazi’s dus ook grote belangstelling voor deze beelden en een ritueel. Ik vrees dat we hier te maken hebben met heel grote en duistere machten. Ik weet niet of er meer bekend is over de relatie van Nehalennia met Wodan, maar ik ben bang…
    Opa zegt nog dat we haar niet kunnen vernietigen, wel verstoren…Als we haar beeltenis breken. Daar is sterke wilskracht voor nodig, aldus Opa.
    Samen staan we sterk! We moeten zeker één beeld vernietigen. En naar woens.
    Ik zoek verder naar een plek in Mattemburgh waar een kelder aan zee is…

  9. ‘Pentagrammen?’ peinst professor Munster.
    ‘Dan kom je bij de symboliek uit. Neem bijvoorbeeld de Týr-rune, de letter T maar dan geschreven als een soort pijltje omhoog. Altijd populair geweest bij de Nazi’s, onder meer de Stormabteilung en een waffen SS divisie, maar maar tegenwoordig nog steeds bij neonazi’s, blanke supremacisten, maar ook onder neopaganisten. Deze verwijst de zeer oude god van de gerechtigheid, maar ook van wijsheid in de strijd. Of neem het hakenkruis, wereldwijd gebruikt, ook op houten klompen van Noorse vinkingen in de vroege middeleeuwen. Het Pentagram is een van de oudste symbolen ter wereld, en is al zesduizend jaar bekend. Niet veel mensen zullen het associëren met de oude germanen, maar er zijn twee links te vinden. Het eerste is het gaffelkruis, een kruis in de vorm van een langgerekte Y, soms met de staander doorlopend naar boven. Bij de Germanen geloofde men dat de levenden via het gaffelkruis met de doden kontakt konden krijgen. Het gaffelkruis vormt ook de krachtlijnen in de vijfster, het pentagram. De tweede link zal je bekend voorkomen, het pentagram is ook het symbool van Frau Venus, een andere naam van Frau Holda, Nehalennia. In die hoedanigheid refereert het aan de morgenster Venus, die eigenlijk de tweede planeet vanaf de zon is, en vanaf de aarde elk acht jaar weer aan een nieuwe bewegingscyclus aan de sterrenhemel begint. In die acht jaar draait Venus zelf dertien keer om de zon, en legt ze een bijna geometrisch volmaakt pentragrampatroon af.
    ‘Dus als je op zoek bent naar iets wat Nehalennia, pentagrammen, helse jachthonden, rituelen en nazi’s met elkaar verbindt, dan zou ik zeker denken aan Frau Holda, en wellicht haar man Wodan. Houdt er wel rekening mee dat het een allegaartje van allerlei symboliek en mythologie zal zijn, want de club rondom Himmler maakte een ritueel rommeltje van tal van oude tradities. Heinrich Himmler, de Reichsführer-SS besteedde veel tijd aan eigen ceremonies, verzon eigen heilige dagen. Doel was zijn SS-organisatie te versterken, een een tijd lang leek het nog te werken ook. In 1934 huurde hij het kasteel Wewelbur in Noordrijn-Westfalen voor honderd jaar, en bouwde het om tot Reichsführerschule SS voor toekomstige SS-officieren. Later werd het ook het hoofdkwartier van de SS. In de kelders vonden naar verluidt nare rituelen plaats met mensenoffers. Maar wat hij precies gedaan heeft, als Reichsführer bereikte hij grote maar gruwelijke successen, althans in zijn ogen. Tot hij ergens in 1944, naar het schijnt, weer verlaten werd door de oude goden.’

  10. ‘En dan je vraag over het vernietigen van oude afgodsbeelden, bijvoorbeeld van Nehalennia’ zegt de professor.
    ‘Als ik jou was, zou ik er niet aan beginnen. Enkele collega’s van mij hier aan Miscatonic hebben hier onderzoek naar gedaan. Kort gezegd is de heersende opinie dat achter veel bekende mythes werkelijke verhalen uit de tijden voor onze tijden stammen, en entiteiten uit andere werelden beschrijven die zo onmenselijk zijn, dat je al gek wordt als je er te lang aan denkt. In onze steentijd, ver na die tijden, hebben priesters die entiteiten vermenselijkt en hen goden genoemd, maar in de mythes schemert hun gruwelijkheid er altijd nog doorheen. Hun afgodsbeelden gebruiken is het onheil over je afroepen, ze vernietigen is vermoedelijk nog erger.
    ‘Niet dat het niet gedaan is. Dappere lieden hebben het geprobeerd en zijn er geregeld in geslaagd, soms ten koste van levens of ledematen, maar hebben daarmee ernstiger onheil voorkomen. De rituelen rondom dit soort afgodsbeelden zijn vaak tamelijk delicaat van aard, en op het juiste moment kunnen ze verstoord worden. Sommige onheilige stenen zijn te vernietigen, en wie weet kan dat met gewone middelen.
    ‘Ik zou me nochtans niet midden in zo’n ritueel bewegen, of we zelfs maar in de buurt gaan staan. Hopelijk heb ik je een beetje kunnen helpen. Mocht je over een tijdje nog leven, dan hoor ik graag van je.’

  11. Gaston, Eloise en Jens,
    Ik zou nog terugkomen op jullie plan om in de Wageningse tunnels af te dalen. Ik ben er maar vanuit gegaan dat jullie hebben vastgehouden aan het voorstel om naar Heeren Zes te gaan. Daar staan jullie nu, met de beschreven uitrustingsstukken. De archeoloog die Eloise kent is mee, om jullie te introduceren.
    Een student van een jaar of drieëntwintig heeft de deur geopend, en neemt jullie langzaam op. De archeoloog stapt op hem af, geeft hem een hand en fluistert hem wat in zijn oor. Daarna zegt hij dat jullie graag binnenkomen, om een interessant voorstel te bespreken. De student knikt, en laat jullie binnen, een gang in, waarin diverse fietsen lukraak zijn neergesmeten. Het ruikt er naar eten, maar vooral naar verschaald bier.
    ‘Nou zeg het maar.’
    De archeoloog doet namens jullie het woord, en vertelt in het kort dat jullie een onderzoek in de onderaardse gangen van Wageningen willen uitvoeren. Een moeizaam gesprek volgt, maar uiteindelijk komen er nog twee medebewoners bij en de meerderheid beslist: ‘Okee, maar we willen hier nooit mee in verband gebracht kunnen worden. Dus geen rapporten met onze namen, geen berichten met dit adres en zelfs geen toespelingen. En een bijdrage aan de bierpot. Stel maar wat voor.’

    Ik wacht nog even of nog anderen zich aansluiten bij deze onderzoeksgroep. Dan hoor ik graag jullie reactie. Ook wat jullie plan in de gangen is en wat jullie met het beeld zouden willen doen, mochten jullie het aantreffen. IK kom hier vanavond op terug om het te proberen af te handelen.

    1. Hallo Roderick en de rest,
      Wat mij betreft bieden we ze 100 euro de man, plus 100 extra, samen 400 euro. Max 800 als het op onderhandelen uitdraait. Werkt dat niet, dan ga ik moeilijk kijken, en dan bedoel ik boos.
      In de gangen ga ik wel voorop. Lampen aan, helm op, plafonds en wanden goed bekijken, af en toe voelen hoe stevig het is. Eloise zegt dat ze de aanwezigheid kan voelen, dus ik volg haar aanwijzingen.
      Beeldje laat ik anderen over. Ik denk dat het niet slim is om binnen te vernietigen, maar de studenten zien het als we het mee naar buiten nemen, en dat is ook niet goed. Hun afleiden lijkt me dan een goed idee, en anders toch vernietigen in tunnel? Wat vinden anderen?

      1. Hallo Jens en de rest,
        voor zo ver wij weten is er geen andere bruikbare in- of uitgang naar de tunnels behalve H6. Tja, ik ben voor vernietigen maar om dat in de tunnels te doen. Kunnen we de steen ongezien verwijderen en later vernietigen dan heeft dat mijn voorkeur: als we de studenten niet op een of andere manier af kunnen leiden dan ga ik aan de slag met mijn beitel en hamer. Het ritueel mag gewoonweg nooit meer worden uitgevoerd.

  12. Hallo Eloise en Jens,
    ik ben zo over mijn toeren dat ik maar de helft heb beantwoord. Als Eloise het beeldje kan voelen dan heb ik daar alle vertrouwen in. Is het gevaarlijk om het beeld aan te raken?
    O, ik bedenk met net een afleidingsmanoeuvre die vast gaat werken: zet Bernards Bugatti in en die mannen hebben nergens meer oog voor dan de Bugatti. Vroem!

  13. Hallo allen,
    Om met Gaston’s vraag te beginnen, inderdaad, een van de studenten heet Alexander Tetteroo.
    Het plan met Bernards Bugatti is briljant.
    Ik ben zo vrij om Bernard met auto en al op te laten draven in de Herenstraat en al snel hangen drie kwijlende studenten rond de sportwagen. Een geanimeerd gesprek over pk’s, topsnelheid en uiteraard prijs ontspint, en Bernard weet het zo te draaien dat de studenten denken dat ze zelf op een slim idee zijn gekomen: kan Bernard niet met de Bugatti naar de vereniging gaan en hen daar een ritje laten maken? Grote kans dat ze de komende maand enorm gaan scoren. ‘Oom’ Bernard stemt in, neemt een van hen mee, en de andere twee springen op de fiets, richting Generaal Foulkesweg. De sleutel van het studentenhuis wordt achtergelaten in handen van de stadsarcheoloog, als voormalig bewoner van het pand vertrouwen ze hem ineens volkomen.

    Goed, jullie dalen gedrieën af in het geopende luik. Het ruikt muf in de lage gang. Jens gaat voorop, dan volgt Eloise om aanwijzingen te geven, en Gaston sluit de rij. Jens slaat rechtsaf, richting voormalig Huize Torck, dus weg van het hoofdgebouw, daar zijn de studenten immers nog wel geweest. Al snel blijkt ook waarom ze de andere richting niet genomen hebben. De gang is zo laag dat Jens niet rechtop kan lopen en geregeld moet kruipen, door modderige en onaangenaam riekende plassen. Zie ook de kaart van Bernard bij H8.
    Na wat een eeuwigheid lijkt komt Jens bij een stapel puin van aarde en stukken steen. Als Jens de bovenkant van de gang voorzichtig aftast, vallen er nieuwe brokstukken naar beneden. De gang is ook zo smal dat hij niet kan keren. Als hij terug wil, zal hij achteruit moeten tijgeren. Maar het lijkt erop dat hij op zijn buik over de stapel kan kruipen, en na een korte beraadslaging besluiten ze door te gaan.
    Kort erna volgt een driesprong, en hij overlegt met Eloise en Gaston achter zich: rechtdoor of linksaf? Eloise hoeft niet lang te denken. ‘Linksaf, ik voel iets linksaf. Het maakt me eerlijk gezegd bang.’
    Als Gaston vraagt of het nog gaat, knikt ze haar hoofd, de lamp op haar helm werpt snelle, grillige schaduwen over de wanden en het plafond. ‘Het moet, dus gaat het.’

    De grond wordt droger, en de lucht begint anders te ruiken, scherper. Er volgen wat flauwe bochten en het steenwerk van de tunnel krijgt een andere kleur. Stof dwarrelt af en toe uit de voegen naar beneden.
    ‘Gaan we goed? vraagt Gaston aan Eloise. ‘Ja, het wordt steeds sterker. Voelen jullie het niet?’
    Even blijft het stil. ‘Ja, inderdaad, ik krijg zere oren’, zegt Gaston, ‘en ik krijg het benauwd.’
    ‘Mijn hoofd doet pijn’, fluistert Eloise, ‘alsof mijn helm begint te knellen.’
    ‘Dat is stress, dat went wel’, meent Jens en kruipt verder. De gang wordt weer wat breder en al snel volgt een nieuwe driesprong.
    ‘Noord of verder west?’ vraagt Jens en gelijk volgt het antwoord van Eloise: ‘naar rechts.’
    ‘Noord dus’, bromt Jens en kruipt verder, af en toe zijn licht weer op het plafond richtend.
    ‘Wacht even’, zegt Eloise. ‘Het wordt nu gevaarlijk. Ik word naar iets toe getrokken, alsof het me roept.’
    Jens stopt en schijnt met zijn zaklantaarn de tunnel in; deze schijnt verder dan de lamp op zijn helm.
    ‘We kunnen ook niet verder, de gang loopt dood.’
    Eloise duwt tegen zijn voet. ‘Dat kan niet, ik voel dat het verderop is. Het trekt enorm.’
    Jens schudt zijn hoofd en kruipt verder. Dan ziet hij het, een laag gangetje wijkt aan het eind van de tunnel naar rechts. Het is nog geen veertig centimeter hoog, en te smal om doorheen te passen.
    Ze overleggen. Als Gaston ziet dat Eloise na lang aarzelen het gangetje in wil kruipen, houdt hij haar tegen. ‘Nee ik ga wel, jou hebben we straks nog nodig om te bepalen of dit de steen wel is, als we hem al vinden.’

    Met de nodige moeite wisselen ze van plaats en Gaston kruipt op zijn buik het lage gangetje in, nadat Jens hem een touw om zijn middel heeft gebonden. ‘Je enige kans als het misgaat, dan kan ik je er nog uittrekken.’
    Hand over hand kruipt hij verder, zijn hoofd begint steeds harder te bonken. Na een meter of vijf grijpt hij in iets zachts, het valt in stof uiteen. De lamp op zijn helm laat iets wits ziet. Het is een bot, nog gehuld in flarden stof.

    Even denkt Gaston dat hij in een begraafplaats terecht is gekomen, dan realiseert hij zich dat hij het lot van de verdwenen student heeft ontdekt. Dan flikkert zijn lamp, gaat uit. Een dieprood licht, nauwelijks zichtbaar, vloeit over de onregelmatige vloer. Een meter verderop staat tegen de muur een rechthoekig blok, waar als een soort traag gas een soort rode gloed uitdruipt. Hij slaat tegen zijn lamp, die weer aan gaat. Het blok is van bruingele steen, en er is een vrouwengestalte in uitgehouwen. Ze zit op een troon, met een hond aan haard voeten. Het altaarbeeld staat in een wat groter gewelf. Ervoor ligt een skelet met vergane stukken kleding eromheen.
    ‘Ik zie het’, fluistert hij naar achteren.
    ‘Niet aanraken, niet aanraken!’ roept Eloise.
    ‘Maar hoe nemen we het dan mee?’ vraagt Jens. ‘Gaston heeft te weinig ruimte om het kapot te maken. Bovendien sta ik dat niet toe. De boel kan bij het minste of geringste instorten.’
    Gaston klemt zijn tanden opeen, strekt zijn hand uit en raakt het beeldje aan. Vaag voelt hij het pulseren, als een eeuwenoude hartslag. Dan knoopt hij het touw om zijn middel los en bindt het twee keer om de steen. Hij keert zich met moeite om, kruipt het nauwe gangetje weer in en werpt een laatste blik over zijn schouder. ‘Het spijt me ouwe jongen, ik hoop dat je hier nu ongestoord kunt blijven liggen. Rust zacht.’
    Als hij aan de andere kant uit het het gangetje kruipt, kijkt hij in de starende ogen van Eloise en Jens. ‘Het beeldje zit aan het touw. Aan jouw de eer’. Jens begint te trekken.

    Het kost jullie een half uur, maar dan staat het beeldje onder het luik. De studenten zijn nog weg.
    Nog een half uur later rijden jullie op de snelweg, met een duister beeldje in de achterbak, gewikkeld in een oud kleed. Niemand praat. Hoofden vol gedachten.

    1. Hallo allemaal,
      we hebben het beeldje in ons bezit maar wat nu? Ik zie het graag vernietigd maar heb geen idee hoe je zo iets aan moet pakken (behalve met bruut geweld maar iets vertelt me dat dat een zeer riskante actie gaat zijn). Eerlijk gezegd wil ik zo weinig mogelijk met het beeld van doen hebben. Ik heb het aangeraakt en ik voel me “bevlekt”, ik voel me schmutzich. Ik.. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Ik hoop dat ik vannacht kan slapen. Slapen, zonder nachtmerries.

      1. Hallo Gaston,
        Inderdaad, je hebt slecht geslapen en hebt deze hele dag al een naar gevoel. Je vingers voelen smerig, alsof ze onder een dikke vloeistof zitten, en je handen wassen helpt niet. Je ruikt ook de hele dag een smerige lucht, achter in je neus en mond, en je hoopt maar dan anderen het niet ruiken. Regelmatig controleer je je vingers, maar je ziet er niets bijzonders aan.
        Hetzelfde geldt overigens voor Jens.

      2. Eloise,
        Je hebt hiervoor verschillende contacten aangesproken, maar niemand heeft hier ervaring mee. Uiteindelijk noemt iemand de naam van een heer die je enkele jaren geleden gesproken hebt. Hij is vrij omstreden in jouw kringen, omdat hij relaties heeft die niet iedereen waardeert, maar weet wel veel van oude rituelen. Niemand weet eigenlijk hoe oud hij is, en hij wekt graag de indruk zeer belezen te zijn, en niet alleen in het esoterische vakgebied. Je hebt hem een keer kort gesproken, bij een kennis, en je voelde je erg ongemakkelijk bij hem, ondanks zijn fijne manieren en speciale gevoel voor decorum.

        Na lang aarzelen bel je hem op. ‘Mevrouw Weidema, natuurlijk herinner ik me u. Ik hoop dat u het goed maakt. Maar zegt u het eens, wat kan uw dienaar voor u betekenen?’
        Je laat zo weinig mogelijk doorschemeren, al dringt hij beleefd aan, en komt al snel tot je vraag, wat is het rode fluïdum van een altaarsteen dat je al een tijd geleden hebt gezien?
        ‘Aha, een rood fluïdum. U begeeft zich op gevaarlijk terrein. Het was ongetwijfeld een oude steen, vermoedelijk duizenden jaren oud, nietwaar? Ach, mevrouw, het is eigenlijk zo simpel. Waar onze hedendaagse priesters zich moeten behelpen met water, wijn en veel goede wil, namen hun ruwe voorgangers het minder nauw, daarmede zichzelf natuurlijk veel moeite besparend om tot het hogere te komen. Ze, ik kan het helaas niet zeggen zonder in onprettige details te treden, wijdden hun altaarstenen met offers. Waren dat op het laatst nog slechts voedseloffers, eerder spilden ze het bloed van hun offerdieren, en daarvoor dat van mensen. In de laatste stadia van die bloedoffers, en dan spreek ik over de vroege middeleeuwen, gebruikten ze daar veelal krijgsgevangen voor, wat vanzelfsprekend uitermate praktisch was, maar door hun goden wellicht minder gewaardeerd dan de eerdere offers die hen, de offeraars, veel meer nabij waren, namelijk hun eigen familieleden. U kunt zich voorstellen dat dat soort offers de meeste devotie betekenden. De geest van die offers, de essentie ervan zou ik durven beweren, trok keer op keer in de altaarstenen, en hoe vaker dat gebeurde, hoe meer geladen die stenen op den duur geraakten, maar daarover hoef ik natuurlijk niets te zeggen. Maar er wordt wel gezegd dat de stenen die de meeste devotie waren betoond, zo sterk geladen zijn, dat ze nog steeds die essentie emaneren, maar dan in de vorm van puur licht. Mevrouw, als u zo’n altaarsteen van nabij heeft mogen aanschouwen, dan benijd ik u. Zulke stenen, geladen met zo een gruwzame toewijding, zijn zo zeldzaam, dat slechts zeer weinigen er een blik op kunnen werpen. Mag ik u wellicht vragen, heeft u de stemmen van de op deze steen ontvlode zielen eraan horen ontsnappen, ijl als hun laatste adem? Ik hoop ooit ook zulk een genot ten deel te vallen. Werkelijk, ik benijd u, het is mij een genoegen u tot mijn vriendenkring te mogen rekenen. Wat zou u zeggen, als ik u voorstel u binnenkort bij enkele van mijn amices te introduceren? Ik weet zeker dat dit ons tot wederzijds voordeel zou strekken.’

        1. Ik bedank deze heer voor zijn wijze woorden, en laat hem weten dat het een eer zou zijn als ik in de toekomst eventueel nogmaals een beroep op zijn kennis zou mogen doen. Voor mij echter is het momenteel geen genot om dergelijke waarnemingen te hebben, en ik hecht aan mijn huidige levensstijl, waardoor ik voor nu geen gebruik zal maken van zijn ruimhartige aanbod. Ik onderdruk mijn rillingen van afschuw en neem vriendelijk afscheid.

          1. oh, voor ik dit afscheid neem informeer ik nog wel of deze stenen ook hun lading kunnen verliezen door ‘verkeerd’ gebruik of beschadigingen… en wat er vooral niet moet gebeuren om er voor te zorgen dat de stenen hun emanaties behouden.. of het bekend is dat zulke stenen ooit weer ontladen zijn of dat het voor eeuwig is…

          2. Eloise,
            Hij denkt even na over je vraag.
            ‘In zichzelf zou het ontladen van zulke prachtige kunstwerkjes natuurlijk een misdaad tegen onze esoterische principes zijn, maar ik denk niet dat ze dezelfde propriëteiten als electrovoltaïsche cellen hebben, dus van weglekken van spirituele lading is vermoedelijk geen sprake. Neem bijvoorbeeld de Moai’s op Rapa Nui, bij de minder geletterden onder ons – waarmee ik overigens niets ten nadele over hen wil zeggen, enkel de constatering van een droevig feit – beter bekend als de stenen hoofden op Paaseiland. Deze enorme monolithen, opgericht in de elfde eeuw zoals u ongetwijfeld weet, zijn nog steeds een ongekend reservoir van kosmische energie, die, tot mijn spijt, tot op heden niet aangeboord lijken te kunnen worden voor toepassingen die slechts weinigen zich maar zouden kunnen indenken.

            ‘Maar vernietigen van zulke stenen, of van de meeste gewijde beelden in het algemeen, dat is een geheel andere aangelegenheid. De ideeën daarover lopen sterk uiteen. Neem enerzijds bijvoorbeeld Bonifatius, de heilige Wynfreth van Exeter, die tijdens zijn bekeringstocht door Friesland tal van afgodsbeelden, waarvan vele ongetwijfeld ten zeerste met occulte krachten geladen zullen zijn geweest, heeft omvergeworpen en kapotgeslagen. En misschien wel een jaar lang is hij daarbij niet door de toorn van welke afgoden er daar in die tijd vereerd werden, getroffen, alhoewel ik daarbij natuurlijk direct bij moet zeggen dat hij uiteindelijk, maar ik zeg uiteraard niets nieuws, door een aantal heetgebakerde, en dat niet ten onrechte, Friezen tot een naar uiteinde is gebracht. Welverdiend uiteraard, maar voor zover we weten kwam daar geen godenhand aan te pas.
            Anderzijds, denk ook aan de vele verhalen over lieden die heilige plaatsen hebben bezoedeld of de sacrale rust hebben verstoord, en dan noem ik vanwege de tijd enkel een Howard Carter, en u weet dat daar vaak een bovennatuurlijke straf op staat. Neen, het ontheiligen van gewijde zaken is niet iets waarover men al te lichtvaardig moet denken. En wie zegt ons dat Bonifatius werkelijk door mensenhand getroffen is, en niet door ingrijpen van hogerhand ten onder is gegaan?
            Dus als u mij zou vragen, wat u niet doet, ik weet het mevrouw, of u ongestraft afgodsbeelden zou kunnen vernietigen, dan zou ik denken dat het zeker kan, maar dat u zich moet realiseren dat dit grote gevaren met zich mee kan brengen.

            ‘Mevrouw, nogmaals, hoe langer ik met u spreek, hoe meer ik mij over uw eruditie verheug, doch niet verwonder, want ik hoorde meteen al aan de dictie en intonatie van uw stem dat u aangeraakt bent door het hogere. Daarom ben ik blij dat u zonder enige twijfel hebt ingestemd om later opnieuw contact te hebben. Ik begrijp volkomen dat verdere onthechting van uw levensstijl, die ongetwijfeld al aan de hoogste standaarden voldoet, u in beslag neemt, maar neemt u van mij aan dat ik klaar sta om u op elk moment daarbij van dienst te zijn. Mevrouw, het was het genot om enkele woorden met u te wisselen. Het ga u goed, en als ik u bidden mag, tot snel wederhoren.’

  14. *** Technische mededeling ***

    Allen, ik wil kijken of we binnenkort weer bijeen kunnen komen in een echte sessie.
    Datum: a.s. Woensdag
    Plaats: Woensdrecht, landgoed Mattemburgh
    Tijdstip: N.o.t.k.
    Binnenkort maak ik er een nieuwe pagina voor aan. Plannen, voorbereidingen, ideeën ervoor zijn van harte welkom. Ervoor kunnen we nog wat andere zaken uitvoeren, als daar behoefte toe bestaat. Ik hoor graag van jullie.
    Regent het bij jullie ook zo? De voorspellingen blijven hetzelfde. Er zit onweer in de lucht.

    *** Einde mededeling ***

    1. Beste Roderick en de rest,
      Ik wil graag mee denken, mee plannen, maar woensdag ga ik (waarschijnlijk) niet aanwezig zijn. C. heeft me nodig. Ik ga nog proberen om vrij te krijgen maar jullie doen er wijs aan geen plannen om mij heen te bouwen. Mocht ik toch beschikbaar zijn dan zijn jullie de eersten die het horen. We moeten de heer Karsten bevrijden!

    2. Hallo Roderick en de rest,
      Ik kan woensdag er bij zijn. Maar ook dinsdag of donderdag, mocht dat beter uitkomen. Het liefst niet al te vroeg ‘s avonds. Vanaf een uur of 20:00 of later graag.
      Is het slim vooraf wat plannen te maken? Ik heb een beeld wat er ongeveer speelt, maar zeker geen oplossing.
      Kan het beeldje uit de tunnels nog pas komen?

  15. Hallo iedereen,

    Als een andere dag dan woensdag beter uitkomt, dan kan dat natuurlijk ook. Zelf kan ik bij voorkeur woensdag en donderdag, en misschien ook dinsdag.
    Maar aan iedereen de oproep om vooral te laten weten wanneer en hoe laat je kunt, dan probeer ik het mogelijk te maken. Woensdag was qua setting mooi, maar meedoen is belangrijker. De datum van ‘verslaglegging’ is slechts een detail 🙂

    1. Ik kan zowel op wodansdag als op thorsdag..
      Het houdt mij nu wel bezig hoe wij de steen kunnen ontdoen van haar duistere kracht, en hoe we het ritueel kunnen verhinderen of verstoren. In mijn nachtmerries zie ik steeds onze dierbare Titus met een touw om zich heen, en een mes..bloed… En iets onnoembaars wat dan wordt opgeroepen.. Het kan helpen als we nog minstens 1 steen vinden en die onttrekken aan het ritueel. Kan ik wellicht met een pendel boven de kaart de verblijfsplaats van de andere stenen te weten komen, nu dat ik zelf de steen van dichtbij heb moeten meemaken ? ik vermoed wel dat het er op uit zal draaien dat we het ritueel moeten gaan verstoren. Er is wel iets met dat er 1 van de 5 stenen anderse is dan de anderen. Wat we niet moeten doen is de steen naar het ritueel brengen, maar ergens goed verbergen achter onze eigen sluiers. Ik kan daar hopelijk op tijd nog iets op vinden, zewlf dacht ik er aan het beeld in een afgesloten geheime ruimte in een pentagram te zetten, met magische tekens eromheen waardoor het onzichtbaar en voelbaar wordt en geen invloed kan uitoefenen op het ritueel. zoals het nu is, kan het nog makkelijk worden opgespoord..
      het ritueel zal op een heuvel bij Woensdrecht in de buurt gaan plaatsvinden ergens in februari, zo kreeg ik duidelijk door met behulp van de aanwijzingen uit de sceance en van de oude man.. Daar dichtbij is een eiland genaamd steenvliet.. Is het mogelijk met een paar mensen een bootje te huren en de eilandjes langs te gaan om te zoeken naar onze Titus? Maar ach, hij is vermoedelijk gevangen, al was dat me niet helemaal duidelijk en ik ben bang dat hij goed wordt bewaakt, en het lijkt er op dat hij het offer zal worden.
      ik heb de kaarten bestudeerd, en de dichtsbijzijnde heuvel bij zee is… landgoed Mattemberg, dus de kans is wel heel groot dat het ritueeldaar gaat gebeuren. https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/1f/Natura2000_-_Brabantse_Wal.png oh ik word opgeroepen..

      1. En reactie op Eloise, hoe komen we erachter of en wanneer er iets op Mattemburgh gaat plaatsvinden? Lijkt me nuttig ter voorbereiding. Kan iemand van te voren langsgaan of inlichtingen inwinnen?

        Zelf zit ik nog met iets anders. Majoor V Hoogewerf heet dus voluit Valkyra Roswitha Hoogewerf, geboren Schillinger. Ik denk de kleindochter van de Duitse officier Schillinger die in 1944 het ritueel leidde. Ze werkt kennelijk bij de opvolger van het toenmalige Bureau Bijzondere Operaties, de MIVD.
        Ik heb een tijdje getwijfeld, want ik zie de MIVD als een integere organisatie. Maar gezien de informatie over de donkere BMW, haar naam en achtergrond, de vervalste papieren bij het verzetsmuseum, het haast wel kloppen. De vraag is of de gehele MIVD betrokken is. Onze kansen zijn dan wel heel klein, en ik kan het me moeilijk voorstellen.

        Maar wat nu als ze zaak geheel op eigen houtje doet, eventueel met een paar medeplichtigen? Dat past beter bij het feit dat sinds de dood van haar vader (werkte bij de voorloper van de MIVD), in 1972, er lange tijd geen nieuwe acties zijn geweest. Pas sinds kort is het weer begonnen, in 2015, lees ik in Titus brief. Ik ga via mijn oude contacten bij het leger proberen te achterhalen sinds wanneer majoor V Hoogewerf bij de MIVD werkt. Dan weten we beter wat wie of wat we tegenover ons hebben.

        1. Jens,
          Een oud-commando uit jouw eenheid die tegenwoordig in de generale staf zit, heeft zijn best voor je gedaan gedaan en heeft via een contact op het Ministerie van Defensie wat zaken nagevraagd. Ver is hij niet gekomen, want alles wat bij de MIVD gebeurt, is afgeschermd en alleen beschikbaar op need-to-know-basis. Dit is wat hij je in een cafeetje meldt:
          Majoor V. Hoogewerf werkt sinds november 2013 bij de MIVD. Tot het voorjaar van 2015 bij de archief-afdeling, daarna heeft ze vrij plotseling overplaatsing gevraagd en gekregen naar een operationele eenheid. De naam van de eenheid is gerubriceerd, kortom geheim. Ze heeft een uitstekende staat van dienst en heeft deze week verlof opgenomen. Achtergrondoinformatie over haar is niet beschikbaar.

          1. Dank, dat bevestigt een beetje wat ik vermoedde.
            Mijn idee: Ze werkt nog maar kort bij de MIVD, eerst bij het archief. Kort erna (jan 2015) moet een voor haar belangrijk document van BBO worden vrijgegeven. Ze vervalst het, maar is toch bang dat anderen achter het geheim komen. Komt bij een operationele eenheid terecht en regelt een inbraak bij tante Cecile. Als dat klopt werkt ze dus voor zichzelf, en zit de MIVD hier niet achter. Hopelijk is dat positief.

      2. Eloise,
        De steen die jullie in je bezit hebben heeft een buitengewoon krachtige uitstraling, je wordt misselijk als je er te lang in de buurt bent. Je kunt proberen de steen voorlopig af te schermen met een pentagram, maar je zult de occulte zouten die je daarbij gebruikt dagelijks moeten verversen.

        Het pendelen levert een bijzonder verschijnsel op. Het is vaak toch al lastig om specifieke voorwerpen op grote afstand terug te vinden, meestal krijg je slechts een indruk van de richting die het voorwerp t.o.v. jouw eigen locatie is: Noord, West, Zuid of Oost. Slechts bij uitzondering blijft de pendel stil hangen boven een bepaalde plaats op de kaart, als het voorwerp sterk geladen is en je er een connectie mee kunt opbouwen.

        Maar zelfs nu je je kunt afstemmen op de stenen, omdat hun krachten lijken op die van de steen die jullie in je bezit hebben, krijg je het niet voor elkaar. De pendel blijft met veel hogere snelheid dan gebruikelijk ronddraaien boven de kaart. Je voelt in ieder geval niets bijzonders bij Wageningen of Mattemburgh. Pas als je de kaart van Nederland gebruikt, merk je enige effect. Als je de slinger boven Wageningen houdt, trekt hij naar het Westen, richting de Noordzee. Maar eigenlijk heb je het gevoel dat de stenen niet meer helemaal in deze dimensie zijn. Als je het langer volhoudt, komen er vlekken in de kaart, en na verloop van tijd raakt hij doorweekt. Vaag vermoedt je de geur van modder en zilte mist. Misselijkheid overvalt je opnieuw.

    2. Beste Roderick en de rest,
      donderdag is wel een optie wat mij betreft. Verder heb ik geen idee wat ik zou moeten doen als we midden in een ritueel terecht komen. Stel dat het lukt: kunnen we dan de stenen weer zo snel mogelijk verwijderen? Dus als ieder een vervoersmiddel kan regelen dan verspreiden we ze meteen tot we weten hoe we de krachten kunnen beperken, de stenen kunnen ontkrachten of vernietigen of iets anders doen om de situatie in de toekomst te kunnen voorkomen.
      En is er een manier om onze vrienden in de BMW uit te schakelen? Is filmen van het ritueel een optie en die beelden dan op het juiste adres “bezorgen” / op het internet zetten / openbaar maken of iets dergelijks? Is dat slim? Geen idee. Ik ga er nog even over nadenken.

  16. Hallo Eloise, Gaston, Jens en Johanna,

    Dank voor jullie snelle reactie. Ik zal mij zelf een keer buiten mijn veilige kantoor begeven. Ik reis zo meteen af naar Mattemburgh, en probeer alvast een beeld te krijgen van de situatie aldaar. Voor alle zekerheid zal ik e.e.a alleen van enige afstand waarnemen, met een verrekijker. Op basis van jullie eerste ideeën kijk ik in ieder geval naar:
    – Het eiland Steenvliet in het Markiezaatsmeer, op ongeveer een km van de kust van de Brabantse kust, Mattemburgh ligt dan nog ongeveer een km verder landinwaarts
    – Het landgoed zelf, inclusief het landhuis
    – De orangerie
    – De theekoepel
    – Het park en de bossen
    – Verhogingen in het terrein en kelders, liefst gecombineerd

    Als er zaken zijn waar ik wat jullie betreft speciaal naar kan kijken, geef het a.u.b. door, misschien lukt het me.

  17. Beste allemaal,
    Ook ik kan donderdagavond, vanaf 20 uur.
    Mooi dat jij op Mattemburgh alvast een verkenning kunt doen, Roderick. Ik kan met je meegaan. Vanwege het feit dat Titus namens de familie in het stichtingsbestuur zit, kunnen we als familieleden makkelijker toegang krijgen tot het gehele landgoed en nog wel eens wat extra informatie los krijgen van de beheerder (als dat nodig zou zijn).
    Ik kan me herinneren dat in de familie ook gesproken werd over de oude ijskelder van Mattemburgh, ik zal eens nagaan wat dat is en waar dat is.
    Spreken wij af om morgen naar Mattemburgh te gaan?

    1. Hallo Heleen, en de rest natuurlijk,
      Uitstekend idee. Laten we inderdaad samen gaan. Introduceer mij maar als jouw secretaris of iets dergelijks. Ik ben ook benieuwd naar de ijskelder. Zou dat inderdaad hetzelfde zijn als de kerker in het kasteel die Titus noemde?
      Aanvullende ideeën om op Mattemburgh te onderzoeken blijven welkom natuurlijk.

      1. * de steen is kennelijk in de auto gedaan en via de snelweg ergens naartoe vervoerd .. en ik heb later met een pentagram en zout wat ik steeds moet verversen deze steen hopelijjk buiten de invloed en waarnemingssfeer van het duistere gezelschap geplaatst. is het nog van belang waar die steen dan precies is? Is het bij Jens? of is het beter om dat in de mail onbesproken te laten?

        * was de waarschuwing van Titus die aan mij gericht was.. de vrouw die het water heeft bevolen.. een reactie op een van de ideeen om de steen als soort lokmiddel te gebruiken, dat dat niet zo’n goed idee was? of kan ik door diep nadenken en mijn dromen bestuderen achter komen wat hij daarmee bedoelde? in ieder geval lijkt het me geen goed idee de steen mee te nemen.

        * ik wil graag bestuderen hoe een dergelijk ritueel verstoord kan worden.
        Als eerste als we de potentiele slachtoffers redden kan het al niet doorgaan. we moeten ook oppassen, we kunnen niet helemaal uitsluiten dat Titus meer dan een slachtoffer is. gehersenspoeld, dat hij moet meedoen en bijvoorbeeld zijn zuster Heleen zou moeten offeren.. Dus we moeten haar wel extra beschermen en alert zijn.
        Zelf denk ik om de mensen die het ritueel doen te verstoren aan mondaine middelen als vuurwerk /lichtkogels/brandblusser afsteken/activeren en midden in het ritueel gooien. Ik ben geen voorstander van wapengeweld.. uit afkeer, maar ook als er iets misgaat en er vallen doden, dan zullen wij zeker de schuld krijgen mochten wij het zelf overleven. Jens, kun jij aan lichtkogels komen? of een van de anderen? Het zou kunnen dat de dame van de MIVD gewapend is, Jens, kun jij via je connecties kogelvrije vesten lenen?
        We zullen ofwel de slachtoffers bevrijden en weg moeten voeren, maar als dat niet kan, of als we het ritueel wel willen laten beginnen om het daarna succesvol te kunnen verstoren zullen we ongemerkt het ritueel moeten benaderen.

        Mocht alles misgaan en er door tussenkomst van de goden die aangeroepen worden er monsterlijke energieen vrijkomen, al dan niet in de gedaante van demonische verschijnselen, wil ik wel amuletten, zout, heilige boeken als ik er aan kan komen, spreuken als ik er aan kan komen bij me hebben. Wellicht kunnen we vuurwerk fabriceren waar gewijde zouten etc inzitten, of brandblusapparaten met ipv het poeder, zout.. misschien is ernog iets technisch…. heeft Jens kunde wat betreft de technische kant hieromtrent?

        1. Ha allemaal,
          is pepperspray een optie? ik weet niet eens of je als gewone burger dat spul mag hebben maar het lijkt me redelijk effectief om mensen tegen te houden. Kunnen we ergens rook mee maken? Zou ook kunnen helpen om de aandacht af te leiden of ons wat onzichtbaarder te maken voor het geval we snel moeten vluchten. En ik denk dat ik iets ga zoeken wat veel geluid maakt. Nu ik dit zo lees dan denk ik dat ik weet waar je aan dit soort spul komt: heeft iemand bekenden bij de hardcore supporters van een onzer grote voetbalverenigingen? Eens kijken of ik nog iemand ken die ADO supporter is.

          1. Beste Jens (en de rest),
            als je aan rookbommen, knalvuurwerk en van die air horns kan komen dan zou dat fantastisch zijn. Ik val een beetje op als ik het clubhuis van de ADO-suppogtâhs binnenloop. O, en een of twee van die grote bouwlampen om de verwarring compleet te maken.
            Mijn suggestie van filmen is ook ingegeven tot een latere bewijslast, mochten we er in slagen iets uit te kunnen richten (of als we worden opgepakt door de politie).

        2. Eloise,
          * Wat mij betreft ligt de steen voorlopig bij mij. Niet op mijn thuisadres natuurlijk.
          * Ik denk dat de waarschuwing gericht was op jouw idee om de steen als lokaas te gebruiken. De steen lijkt me erg gevaarlijk, en jij staat er misschien wel het meest open voor. Geen idee wat die steen voor invloed op jouw kan uitoefenen. Maar dat is mijn mening.
          * Maar steen niet vernietigen maar als lokaas gebruiken is geen slecht plan. Stel dat ze hem meenemen, hoe zorgen we er dan voor dat dit uiteindelijk het ritueel verstoort?
          * Ritueel verstoren met vuurwerk o.i.d. klinkt slim. Gaston kan er misschien aan komen, ik misschien ook 🙂 Zelf wil ik in dit geval geweld niet uitsluiten, maar jouw aanpak zou best kunnen werken.
          * Slachtoffers bevrijden heeft m.i. inderdaad voorrang.
          * Prima als jij monsterlijke energie kunt neutraliseren. Dat is niet helemaal mijn ding vrees ik.

        3. Gaston,
          Pepperspray is verboden in Nederland. Ik kan er wel aankomen. Maar als je niet goed weet hoe je het moet gebruiken is het redelijk gevaarlijk. Je kunt jezelf er prima mee uitschakelen.
          Rookbommen, vuurwerk, dat lukt me wel. Zegt het maar.

        4. Eloise,
          Lichtkogels lukt wel, kogelwerende vesten is een ander verhaal. Vertrouw er ook niet teveel op, ze werken alleen tegen lichtkaliber wapens als lichte pistolen. Tegen een kogel door je hoofd, messteken en granaten heb je er niets aan. Bovendien moeten ze goed passen.
          Misschien kan ik er aan komen, maar lenen niet. Prijs tussen 500 en 1000 euro. Bijpassende helm kost 300 tot 500 euro. Of het snel genoeg lukt weet ik niet. Het is overigens legaal, dus huren kan trouwens ook. Maar als je er mee wordt aangehouden, moet je wel wat uitleggen.
          Zeg maar wie belangstelling heeft. Idee is goed, als we altans iets gevaarlijks gaan doen.

          1. gevaarlijk is het zeker! er is al minstens 1 dode gevallen! alleen omdat hij de steen had.. ik zou wel een zo lichtgewicht mogelijk kogelvrij vest aanwillen en helm. en de zaak ontregelen met vuurwerk, rook, brandblussers, lijkt mij fijn tot de autoriteiten gearriveerd zijn, die we natuurlijk gaan oproepen als duidelijk is dat er iets illegaals gebeurt..

  18. *** Technische mededeling ***
    Hallo allemaal,
    Aangezien Johanna, Eloise, Heleen, Gaston en Jens al hebben aangegeven dat ze kunnen, gaat onze gezamenlijke sessie plaatsvinden op:
    >> a.s. donderdag om 20:00u << Ik hoop van harte dat Bernard dan ook aanwezig kan zijn. Verdere voorbereiding kan voorlopig op deze pagina plaatsvinden. *** Einde mededeling *** Binnenkort maak ik er een nieuwe pagina voor aan. Plannen, voorbereidingen, ideeën ervoor zijn van harte welkom. Ervoor kunnen we nog wat andere zaken uitvoeren, als daar behoefte toe bestaat. Ik hoor graag van jullie. Regent het bij jullie ook zo? De voorspellingen blijven hetzelfde. Er zit onweer in de lucht. *** Einde mededeling ***

  19. Wat gedachten:

    * Onder de theekoepel bij Mattenburgh, zit een ijskelder, waar veel vleermuizen schijnen te overwinteren
    * Rondom de koepel staan onder andere eiken- die aan Wodan gewijd kunnen zijn. Tenminste men bestudeert er de overgang van dennenbos naar beuken/eikenbos en op de bijgesloten foto lijkt het me een eikenboom die daar naast het koepeltje staat.
    * Trivia van Wikipedia “Men geloofde vroeger dat men Wodan kon eren door zich met een speer te laten doorboren. Men verkreeg op deze manier rechtstreeks een plaats in Walhalla”. Misschien is wat bepantsering dus niet slecht… Doe mij maar iets, Jens!

    * Als we stenen willen confisqueren is het niet handig onze eigen steen mee te nemen. Maar misschien wel handig om die niet helemaal onbewaakt te laten? Of in ieder geval extra goed verborgen achter verse zegels e.d.
    * Een extra machtige steen meenemen naar een ritueel gaat dat sowieso alleen verder versterken en dat willen we-moeten we voorkomen omdat dat hele plaatsen weg kan vagen.

    * Wat voor soort ritueel verwachten we ? Met wat voor doel? Voor een langer leven? Voor het terughalen uit de dood? Voor het vernietigen van je vijanden? Voor het vergaren van nog meer macht Ik weet niet wat we ons erbij moeten voorstellen. Maar als we kunnen gokken, krijgen we misschien ook een beter idee hoe e.e.a. te verstoren…
    * Of verwachten we een ritueel om een doorgang te creëren naar een plaats achter de mist? Andere tijd? andere dimensie? Hoeveel stenen zou je daarvoor nodig hebben?

    * Mist, rook, vuurwerk, veel lawaai: laten we er rekening mee houden dat wij elkaar dan ook minder goed kunnen zien & horen en dat dat communicatie voor ons ook bemoeilijkt. Kunnen we een systeem regelen waarbij we allemaal een klein microfoontje & oortje bij ons kunnen hebben?

    1. Johanna en de rest,
      * Ik ga proberen voor iedereen een kogelwerend vest plus helm te bemachtigen. Mag ik aannemen dat iedereen daarvoor maten doorgeeft en een bedrag overmaakt? Laten we zeggen 700 euro pp. Ik hoop dat het lukt, Roderick.
      * Helemaal eens met idee om na te denken over ritueel, om daar ons plan op te baseren. Ik doe dat zo hieronder.
      * Reeds aangeschaft: vuurwerk (5 pakketten, elk 3 kg, 1x aansteken, vuurt dan automatisch 146 gekleurde vuurpijlen en knallen in 47 seconden af), rookbommen (10 stuks, elk 1 kg), lont om ervoor te zorgen dat je de tijd hebt om ver weg te lopen.
      * OPMERKING: Landgoed is met name oud bos, vooral rondom theekoepel. Combineert niet erg goed met vuurwerk. Tenzij je alles in de fik wilt steken.

    2. * Microfoon en oortje: is vermoedelijk aan te komen, maar goed spul is erg prijzig. Alternatief is mobiele telefoon en oortje, en groepsgesprek.
      * Bij helmen koop ik ook lampen (naast elk oor één), en opklikcamera voor filmen, naar idee Gaston
      * Spaargeld inmiddels bijna op.. . 🙂

    3. Mijn twee centen:
      – Ritueel is iets oproepen.
      – Oproepen kan zijn: Nehalennia, Wodan, Wilde Jacht. Ik denk Wodan, vanwege woensdag, Woensdrecht, Wodaneiken. Bovendien kleindochter, die liefhebbers van germaanse goden waren. Mattemburgh is gemeente Woensdrecht. Misschien voert Wodan wilde jacht aan.
      – Reden kan dan zijn: Wodan aan macht helpen. En zijn kleine helpertjes worden.
      – In dat geval zijn onze tegenstanders geschift. En vermoedelijk fanatiek.
      – Misschien dat Roderick en Heleen aanwijzingen zien over wat en hoe.
      – Snap plaats achter mist niet. Kan Eloise nog een keer pendelen of seance doen om te zien of er iets wijzigt?

  20. Hallo vrienden,
    ik ben het helemaal met de opmerking van Johanna eens, mooie foto’s trouwens, dat we in de verwarring die we willen stichten elkaar kwijt gaan raken. Het lijkt me daarom essentieel dat we vooraf een plan hebben en duidelijk taken verdelen. Aangezien we niet weten wat we kunnen verwachten wordt dat lastig, ik weet het. Wat we wel kunnen doen is een algemene richtlijn bepalen en alvast allerlei exit-strategieën klaar hebben liggen.
    En ik heb nog wat bedacht: duct tape. Ik ga een voorraadje duct tape meenemen. Als fan van Mythbusters weet ik dat je veel op kunt lossen met duct tape. Ik merk dat de spanning een beetje te veel voor me wordt…
    O, ik ben geen fan van het meenemen van “onze” steen: iets zegt me dat dat geen goed idee is (plus dat het zwaar sjouwen is en ons alleen maar vertraagd)

    1. Gaston,
      Helemaal mee eens, plan is belangrijk. Ook eens met Johanna dat we moeten beredeneren wat ritueel is. Dan kunnen we daar ons plan op baseren. Mijn twee centen over wat ritueel is, staat hierboven. Maar inderdaad eens: ontdekken wat vijand van plan is, en dan plan uitdenken.
      Exit-strategie is ook slim. Auto’s op verschillende plaatsen? Maar wat als het grote zooi wordt? Willen we dan dat politie ons kan achterhalen via kentekens?
      Of proberen we onze operatie juist stil uit te voeren? Dan kunnen we ongemerkt weg. In dat geval kunnen we geen vuurwerk gebruiken. Wel wachtposten uitschakelen. Heb ik wel wat opleiding in. Duct tape is dan essentieel, prima idee Gaston. Stil verder sluipen en cruciale onderdelen ritueel verstoren.

      1. Hallo Jens en de rest,
        mij steels verplaatsen zie ik als een essentieel onderdeel van het butlerbestaan. Ik durf te zeggen dat ik daar bovengemiddeld goed in ben.
        Ik heb eens goed rondgekeken in Google maps met het doel om (alternatieve) exitroutes te vinden. ik zat te denken over water maar dat gaat hopeloos vast lopen: nog een flinke afstand en je komt terecht in een meer waaruit je niet makkelijk weg komt.
        Wat me wel opviel; de spoorlijn naar Vlissingen loopt vlak langs Mattemburgh. Ik ga het tijdschema uit mijn hoofd leren: als de trein langs raast kunnen we daar gebruik van maken om ons ongehoord te verplaatsen. Volgen mij is het dichtstbijzijnde station Rilland-Bath maar ik zie niemand een steen naar het station slepen. Maar hou het in gedachten als je een exit moet maken. Je weet nooit.

        1. A58 loopt dwars door het gebied, dus met een auto is het snelst naar keuze in Westelijke of Oostelijke richting. Treinen zijn waarschijnlijk niet het handigst omdat ze vrij eenvoudig stil te leggen zijn; waren (en zijn) altijd 4x per uur; twee in de richting Middelburg, 2 in de richting Roosendaal.

          1. Hallo allen,

            Dank voor het vele denk- en uitzoekwerk. Ik ben erg benieuwd welke keuzes jullie voor morgenavond maken. Zie ook de nieuwe pagina overigens.

    1. Beste Johanna en de rest,
      dat klinkt helemaal niet zo slecht! Kunnen we op ons gemak wat eten, een beetje door de omgeving slenteren en de ligging in ons op nemen. Wie dit m.i. niet moet doen is Heleen: zij is bekend bij “de vijand”. Wie zin heeft, en denkt niet te zullen worden herkent door eventueel aanwezige tegenstanders, zou ik graag als tafelheer begeleiden. Maar dan niet in kogelwerend vest en bijbehorende helm. Ik denk dat ik die oversla.

Geef een reactie